Schijnzelfstandigheid in de zorg: uitslag recente rechterlijke uitspraak
editWat is schijnzelfstandigheid (in simpele termen)?
Er is spraken van schijnzelfstandigheid als iemand formeel als zzp’er werkt, maar feitelijk functioneert als werknemer. In dat geval kan een arbeidsrelatie alsnog als arbeidsovereenkomst worden gezien.
In simpele woorden… word jij als zorgprofessional behandeld als een zelfstandige professional of als een medewerker in loondienst?
De belangrijkste les uit de uitspraak is gezag
Gezag weegt zwaar. Wat je vaak terug ziet in dit soort zaken is dat protocollen, dossiers en samenwerken in een team vaak niet het probleem zijn. Het gaat vooral om het volgende:
#1 Word je inhoudelijk aangestuurd?
- Krijg je instructies over hoe je je vak moet uitvoeren (bovenop normale kwaliteitseisen)?
- Moet je vakinhoudelijke keuzes aftekenen alsof je in dienst bent?
- Is er een hiërarchische lijn waarin je als werknemer meedraait?
Hoe meer dat speelt, hoe groter het risico op schijnzelfstandigheid.
#2 Lijk je onderdeel van de personeelsstructuur?
- Meedraaien in vaste roosters zonder echte onderhandelingsruimte
- Taken die buiten de opdracht vallen (“je bent er toch”)
- Dezelfde aansturing, beoordeling en HR-achtige gesprekken als medewerkers
#3 Papieren afspraken vs dagelijkse praktijk.
Een nette overeenkomst helpt, maar de praktijk telt net zo hard. Hoe werk je samen op de vloer, wie bepaalt wat en hoe wordt er bijgestuurd?
Wat betekent dit precies voor zzp’ers in de zorg?
Als zzp’er kun je veel (werken op locatie, rapporteren, overleggen), zolang de samenwerking maar klopt.
Gezond uitgangspunt: jij levert professionele zorg binnen kaders, de opdrachtgever stuurt op resultaat/afspraken, jij houdt ruimte over in de manier waarop je je vak uitvoert.
Het is slim om alert op te zijn op de volgende zaken. Let op verplichte teamtaken die los staan van je opdracht. Zorg er voor dat functionerings- of beoordelingsmomenten niet aanvoelen als de zelfde gesprekken die gehouden worden met zorgmedewerkers in loondienst. Als laatste punt, let op structurele instructies die verder gaan dan kwaliteit/veiligheid.
Wat betekent dit voor zorgorganisaties?
Voor zorgorganisaties ligt de winst vaak in het goed organiseren van de samenwerking. Formuleer opdrachten zo concreet mogelijk (scope, verantwoordelijkheden, grenzen). Stuur op kwaliteit en resultaat, niet op vakinhoudelijk hoe. Voorkom werknemer-achtige gesprekken en aansturing. En houd afspraken en roosters realistisch en bespreekbaar
Snelle checklist: zit je aan de veilige kant?
Hoe meer je ja zegt op de eerste kolom, hoe beter:
#1 Meer zelfstandigheid
- Duidelijke opdracht en afbakening.
- Ruimte in planning/uitvoering binnen kaders.
- Afstemming als professional-professional.
- Geen HR-achtige beoordeling.
#2 Meer loondienst achtig
- Inhoudelijke aansturing alsof je werknemer bent.
- Vaste roosterplicht zonder speelruimte.
- Functioneringsgesprekken/targets als personeel.
- Structureel meedraaien buiten opdracht.
Heeft u nog vragen of zorgen die u bij ons wilt neerleggen wat betreft schijnzelfstandigheid, stuur ons dan vrijblijvend een bericht.
Meest gestelde vragen
Hoe bespreek je als zzp’er schijnzelfstandigheid zonder dat het ongemakkelijk wordt?
Gebruik een versie van deze opener:
“Ik wil graag dat onze samenwerking voor ons allebei netjes en duidelijk is. Kunnen we even scherp zetten wat de opdracht is, waar jij op stuurt en waar ik professionele ruimte heb?”
Dit klinkt netjes en voorkomt dat het een beschuldiging wordt.
Welke bewijsstukken zijn in de praktijk het meest nuttig als er ooit discussie komt?
Niet alleen een contract, maar vooral:
- Opdrachtbevestigingen per inzet/periode.
- Facturen en urenregistraties die passen bij een opdracht.
- Communicatie waaruit blijkt dat je keuzes hebt (acceptatie, planning, scope).
- Document met scope/rollen/grenzen (1 pagina is al genoeg).
Kortom: bewijs van hoe er gewerkt werd, niet alleen wat er ooit ondertekend is.
Welke zinnen in e-mails/WhatsApp vergroten onbedoeld het risico?
Voorbeelden die vaak verkeerd vallen:
- “Je moet deze dienst draaien, anders…”
- “We evalueren je functioneren volgende week”
- “Vanaf nu volg je ons interne beleid X (zoals personeel)”
Je kunt beter in opdracht taal spreken, dus:
- “Kun je deze inzet aannemen?”
- “Laten we de opdracht resultaten bespreken”
- “Dit zijn de veiligheids- en kwaliteitskaders.”
Hoe herken je het verschil tussen “aansturing” en “afstemming” op de werkvloer?
Afstemming gaat over samenwerking (overdracht, veiligheid, planning, escalaties). Aansturing gaat over hiërarchie (opdragen, controleren, corrigeren zoals bij personeel). Praktisch testje: kun je nee zeggen of alternatieven voorstellen zonder repercussies? Als dat niet kan, voelt het snel werknemer achtig.
comments
Add comment